Lieke Peperkamp geeft les in tekenen en schilderen, maar haar lessen gaan minstens zo veel over kijken en durven. In dit gesprek vertelt ze hoe je leert kijken als een tekenaar, waarom mensen vastlopen op voorzichtigheid, en hoe je loskomt van het idee dat het ‘goed’ moet zijn. Ook gaat het over haar eigen weg: van stoppen met tekenen na haar opleiding tot het moment waarop ze besloot het weer serieus op te pakken, en hoe dat uitgroeide tot haar eigen atelierpraktijk.
Hoe ben je met kunst begonnen?
“Nou, ik heb gewoon een klassiek verhaal. Als kind was ik altijd al aan het tekenen. Op de middelbare school had ik tekenen in mijn pakket en daarna ben ik naar de lerarenopleiding gegaan. Daarna ben ik gaan werken als kunstdocent.
Zelf ben ik toen eigenlijk gestopt met tekenen… Dat kwam door het leven, maar ook echt door de manier waarop er op de opleiding kritiek werd gegeven. Jaren later ging het even niet zo goed met me. Ik zat in een scheiding en vast in mijn werk. In die periode vroeg iemand mij: Wat doe jij eigenlijk het allerliefste? Daar hoefde ik echt niet over na te denken. Dat is tekenen. Dus toen ben ik weer begonnen. Gewoon elke dag een beetje.
En van daaruit ben ik ook begonnen met lesgeven in mijn eigen lespraktijk. Eerst klein, bij mij thuis, en dat is uitgegroeid tot een eigen atelierpraktijk met inmiddels ruim dertig cursisten.”

Je hebt nu een bloeiende eigen lespraktijk. Een wachtlijst zelfs. Maar er was dus een tijd dat je helemaal niet meer tekende… dus die docenten-kritiek heeft echt wel impact gehad.
“Inderdaad. Op de opleiding kregen we een keer de opdracht om handen te tekenen. Ik had daar echt mijn ziel en zaligheid in gelegd. Ik was er best trots op. En toen liep er een docent langs en die zei: ‘En van wie zijn deze reumahanden?’ Ja… dan moet je dus zeggen dat dat van jou is. Ik heb daarna jarenlang gedacht dat ik geen handen kon tekenen. En dit is maar één voorbeeld…
Dus toen ik zelf les ging geven dacht ik: dat ga ik nooit doen. Nooit iemand zo afbranden. Maar het blijft gevoelig. Want zelfs nu, als mijn partner iets zegt als: die hand klopt niet helemaal… dan voel ik dat meteen weer.”
Waarom ligt kritiek op je kunst voor (bijna) elke kunstenaar zo gevoelig?
“Omdat als je tekent en schildert, je jezelf meeneemt. Je persoonlijkheid. Het is kwetsbaar. Dus kritiek op je werk voelt ook als kritiek op jou.”
Dat herken ik helemaal. Ik laat zelf mijn werk gewoon niet meer zien aan bepaalde mensen. Hoe los jij dat op?
“Net als jij. Niet meer laten zien.”
Is dat niet armoedig?
(lacht) “Vooral voor de ander, ja.
En tegenwoordig voel ik me niet zielig, maar word ik er gewoon kwaad om. Dan denk ik: ik heb hier iets hangen, ik vraag jouw mening, en je begint meteen over wat er niet goed zit. Ik denk dat dat ook komt doordat mensen een soort vrijbrief voelen om ongezouten kritiek te geven als het over kunst gaat. Terwijl ze vaak helemaal niet kijken naar wat er wél goed of bijzonder is. Het is veel makkelijker om te zeggen wat er niet klopt.
Want je hebt blijkbaar nooit geleerd om even stil te zijn en te kijken. Om je af te vragen: wat zie ik hier eigenlijk? Kijken vraagt aandacht. En terughoudendheid. En dat geldt niet alleen voor kunst. Dat geldt eigenlijk voor alles in het leven.”
Jouw ervaring met docenten is niet per se positief. Wat heb je daarvan geleerd?
“Ik heb wel eens dat cursisten zeggen: geef maar gewoon kritiek. Maar dat doe ik niet. Er zijn dingen die je leert door fouten, dat kan. Maar je leert vooral heel veel van wat je goed doet. Wat er fout is, dat ziet iedereen. Die armen zijn te kort, die ogen staan te hoog… dat zie je vanzelf wel. Maar wat er goed is, dat is veel moeilijker om te zien. En juist daar wil ik mensen op wijzen. Kijk hoe mooi je die kleuren hebt toegepast. Kijk hoe fijn je schildertoets is. Neem dat mee naar de volgende keer. Als je je te veel richt op wat er niet goed is, dan haak je af.”

Je werk en je lessen lijken niet alleen over tekenen te gaan, maar vooral over leren kijken. Wat verandert er volgens jou als iemand echt leert kijken?
“Normaal gesproken kijk je naar iemand en vind je daar van alles van. Bijvoorbeeld of je iemand leuk vindt of niet. Of hij of zij aantrekkelijk is, leuke kleding draagt, op iemand lijkt… Je vindt er van alles van. Maar als je gaat tekenen, laat je dat los. Je gaat meer objectiveren. Je gaat een constructie zien: vormen, verhoudingen, een soort skelet.
Maar het allerleukste is het moment waarop je naar de afwijkingen gaat zoeken. Je weet: de ogen zitten ongeveer halverwege het hoofd. Maar dan kijk je en denk je: oeh… bij deze persoon zitten ze net iets lager. Of hoger. Dus je gaat echt kijken naar wat er bijzonder is. En je gaat ook kleur anders zien. Dat je ineens ziet: dit is warm, dit is koel.
En op een gegeven moment wordt dat bijna verslavend. Alles wordt interessanter. Je denkt niet meer zo in mooi of lelijk, maar meer: interessant om te tekenen of te schilderen.”
Je hebt het over kijken, maar ook over durven en doen. Waar lopen mensen daarin op vast?
“Tijdens mijn les loop ik rond en dan vragen cursisten: zal ik dit doen? En dan zeg ik eigenlijk alleen maar: ja, waarom niet? Doe maar gewoon. In het dagelijks leven denk je zo vaak: zal ik het doen… nee, toch maar niet. Terwijl je je met tekenen en schilderen eigenlijk alles kunt permitteren. Het ergste wat er kan gebeuren is dat een tekening mislukt.”
Hm, als het zo makkelijk was… Als ik voor mezelf spreek: Je weet het wel, maar je voelt het anders. “Ik denk dat dat komt omdat we in het dagelijks leven helemaal niet zo vrij zijn in ons durven en doen. Mensen zijn voorzichtig. Willen controle houden.”
Maar hoe doe je dat dan, loslaten in tekenen? “Daar zijn wel dingen voor die helpen. Bijvoorbeeld: overdrijven. Gewoon echt overdrijven. Groter, sterker, meer dan je denkt dat mag. Maak die ogen groot. Te groot. Dan kom je los van dat voorzichtige.”
Ah ja, ik hoor ook wel eens: neem een zo groot mogelijke kwast— “Penseel!” (lacht) “Penseel. We moeten het wel bij de juiste naam noemen.” “En dat helpt ook echt. Met een groot penseel kún je niet meer zo precies werken. Je wordt gedwongen om grotere keuzes te maken. Grotere vlakken, minder gepriegel. En daardoor wordt het vanzelf losser.
En tijdbegrenzing helpt ook. Als je eindeloos de tijd hebt, dan ga je ook eindeloos door. En dan ga je dus weer dat precieze in.
Of wat ook heel goed helpt, is in series werken. Dus niet één tekening, maar bijvoorbeeld drie vellen naast elkaar. Tegelijk. Dan ga je automatisch minder vastzitten op dat ene werk en wordt het speelser.”
Wanneer zie jij dat iemand echt een stap maakt?
“Als iemand nieuwe dingen gaat doen uit zichzelf. Dus niet steeds terugvalt op wat hij al kent. Als iemand ander materiaal pakt. Of een ander formaat. Groter, of juist kleiner. Het gaat niet om iets totaal anders doen. Het gaat om ontwikkeling. Verder gaan op wat je al kan, maar niet blijven herhalen. Dus andere kleuren, grotere toetsen, betere composities. Meer eigen keuzes.
Maar je moet ook oppassen dat je mensen niet voortdurend uit hun comfortzone trekt. Je moet plezier houden. Het is eigenlijk steeds een beetje verder borduren op wat er al is.”
“Ik ben nu bezig met portretten, en vooral met dubbelportretten. Ik heb hier twee jonge cursisten die totaal verschillend zijn, maar ook heel erg verbonden. Als ze samen zijn, zitten ze echt samen. Hoofden dicht bij elkaar, helemaal in hun eigen wereld. Dat vind ik heel mooi om te zien. Dus ik wil portretten maken van dat soort momenten. Van twee mensen die met elkaar verbonden zijn.”

Website: Lieketekent.nl
Instagram:https://www.instagram.com/lieketekent/